STEKELVARKENTJES WIEGELIET
Suja suja prikkeltje,
Daar buiten schijnt de maan.
Je bent een stekelvarkentje,
Maar trek het je niet aan.
Je bent een stekelvarkentje,
Dat heb je al begrepen.
De leeuwen hebben manen,
En de tijgers hebben strepen,
En onze tante eek hoorn
Heeft een rode wolle staart.
Maar je hebt allemaal stekeltjes,
En dat is zoveel waard.
Slaap, mijn kleine prikkeltje,
dan word je groot en dik,
dan word je net zo 'n stekelvarken
als je pa en ik.
Het olifantje heeft een slurf,
de beren hebben klauwen,
de papagaai heeft veren,
van die groene, van die blauwe.
En onze oom giraf
heeft een hele lange nek.
Maar jij hebt allemaal stekeltjes,
en dat is ook niet gek.
Suja, Suja, prikkeltje,
het is al vreselijk laat.
Je bent het mooiste stekelvarken dat
er maar bestaat.
De boezen hebben snorren
en daar kunnen ze door spinnen.
De koeien hebben horens
en de vissen hebben vinnen.
En onze neef, de otter,
heeft een bruin fluwele jas.
Maar jij hebt allemaal stekeltjes.
Die komen nog te pas.