Gisteren was
Kees nog thuis.
Toen hadden we een feestje.
En ik stond met mijn vriendin in de keuken
kaas op stokjes te jagen.
We waren geweldig leuk be zig.
En ik hoorde mijn echtgenoot in de
huiskamer tegen onze buurman zeggen...
...het enige wat mijn vrouw nog in te brengen heeft, is mijn
zelfvertrouwen.
S 'avonds toen iedereen weg was, zaten
wij alleen bloot op bed.
Ik met mijn bolle buik,
hij met zijn scheefstaand zelfvertrouwen.
En ik vraag aan
Kees om de tijd te doden,
Kees, lieve jongen,
hoe gaat het nou met je
werk?
Nou, dan springt
Kees meestal als een raket overeind.
Dan rent hij naar zijn studeerkamer en dan komt hij
terug met zo 'n koffertje.
Kees heeft zo 'n koffertje,
met van die cijfersloten.
Nou, dat klapt hij dan open en spreidt hij over
het bed zijn kwartaalfijten uit.
En dan begint hij geweldig te zeuren en
ik pak zo spelenderwijs zijn piemel, piemel,
en leg deze op het randje van dat koffertje.
En ik klap dat koffertje per
ongeluk dicht.
En ik vrummel wat aan dat cijferslot.
En je had
Kees moeten zien springen.
Ik wist niet dat er zoveel leven
in die man zat.
Maar geloof je mij,
Kees was na die ervaring
een stuk vriendelijker.
En hij had maanden niets meer in te brengen.