Alfred was op weg naar het paleis en na
ongeveer anderhalf uur wachtelen
kwam
Alfred zijn buurman de vos tegen die net zijn tanden aan het poet
sen was.
En de vos zei,
Goedemorgen
Alfred, waar ga jij zo vroeg naartoe?
Eh,
Vos, ik ga naar de koning,
want ik wil mijn geld terug.
Ah, de koning!
Zeg
Alfred, kan ik misschien met
je mee?
Ik heb namelijk gehoord dat de
koning een koninklijk
kippenhok heeft.
En zoals je weet ben ik zeer in kippen geïnteresseerd,
op meerdere redenen en gronden die
ik jou eigenlijk niet wil uitleggen.
En ik zou dat
eigenlijk wel eens van binnen en
van buiten willen bestuderen,
Alfred.
Eh, vos,
maar hoe doen we dat dan?
Hoe kan ik jou dan meenemen?
Eh, weet je wat, vos?
Verstop je onder mijn linkervleugel...
dan kan ik je, zonder dat de koning je kan zien,
het paleis binnensmokkelen.
En hoppa!
De vos verdween onder
Alfreds linker vleugel.
Ik ga eens eventjes kijken
of dat gelukt is.
Het is gelukt!
Het is gelukt!
Hup, hup, hup, hup, hup, hup,
hup, hup, hup, hup.
Waar was de vos?
Daar is de vos, ja daar is de vos,
onder mij vlegen.